Eigenaren gaan vaker naar de dierenarts en besteden meer
Niet alleen het aantal actieve klanten van de dierenartsenpraktijk is in 2024 gestegen, ook het aantal transacties per klant per jaar en het bedrag dat klanten per transactie besteden (ATF, Average Transaction Fee) zijn toegenomen (resp. +1,8% en +9,1%). Sinds de stijgende inflatie zijn ook bij de dierenarts de prijzen gestegen. Dit verklaart voor een groot deel de toename van de ATF. Maar ondanks de gestegen prijzen wordt er meer zorg afgenomen. Het beeld dat in de media wordt gecreëerd dat eigenaren zich de zorg voor hun huisdier hierdoor niet meer kunnen veroorloven, strookt niet met de cijfers van deze groep praktijken. De prijsstijgingen bij de dierenarts zijn niet exorbitant harder gestegen dan de algemene prijsstijgingen zoals gerapporteerd door het CBS (zie ook p44 van de benchmark 2025).
Dat wil niet zeggen dat er geen eigenaren zijn die de zorg noodgedwongen moeten uitstellen. Maar deze groep is niet zo groot dat het effect ervan leidt tot een afname in het aantal klanten en de frequentie waarop klanten de dierenarts bezoeken.
Meer katten dan honden niet naar de dierenarts
Er worden in Nederland 1,7 miljoen honden en 3 miljoen katten als huisdier gehouden1. Daarmee lijkt de huisdierenpopulatie stabiel te zijn in vergelijking met vorig jaar. Kijkend naar het aantal dieren dat door deze praktijken behandeld wordt, dan komt dit overeen met 14% van de totale hondenpopulatie en 7% van de totale kattenpopulatie in Nederland. Dit suggereert dat er meer katten dan honden zijn die niet bij de dierenarts komen. De reden hiervoor is niet geheel duidelijk. Diereigenaren lijken een hogere economische waarde te geven aan honden dan aan katten2. Zo zijn hondeneigenaren bereid meer uit te geven aan een operatie e.d. dan katteneigenaren. Dit onderzoek is uitgevoerd onder consumenten uit de VS, daardoor mogelijk niet representatief voor Nederlandse eigenaren. Uit onderzoek van het Trendpanel Gezelschapsdieren blijkt dat hondeneigenaren een hechtere band hebben met hun dier dan katteneigenaren3. Daarnaast kunnen katten hun ongemak goed verbergen, waardoor het langer duurt voordat eigenaar met een klinisch zieke kat naar de dierenarts gaat. Vooral chronische ziekten als artrose4 en chronisch nierfalen5 zijn daarbij berucht.
Hoeveel huisdieren heeft een klant?
Volgens Dibevo heeft 16% van de huishoudens in Nederland een hond, 23% een kat en 2% een konijn. Er zijn geen exacte data bekend over het aantal huishoudens met meer dan 1 huisdier, maar uit dit onderzoek blijkt dat de eigenaren die deze praktijken bezoeken gemiddeld 1,4 huisdier hebben.
Het aantal konijnen dat bij de dierenarts komt is gedaald. Uit de data van Dibevo blijkt dat ook de konijnenpopulatie is gedaald. De konijneneigenaren die wel naar de dierenarts komen nemen, net als bij hond en kat, meer zorg af. Het aandeel konijnen is in de meeste praktijken echter zo klein dat dit bedrijfsmatig weinig consequenties heeft. Vanuit dat oogpunt zouden praktijken zich sowieso de vraag kunnen stellen of de tijd die geïnvesteerd wordt in het bijhouden van de kennis en kunde van konijnen en de extra energie die nodig is om een extra diersoort te bedienen opweegt tegen de economisch toegevoegde waarde hiervan. De behandeling van konijnen moet misschien meer als service dan als verdienmodel gezien worden.
Bronnen
- Dibevo 2025, Huisdieren in Nederland, https://dibevo.nl/kenniscentrum/huisdieren-in-nederland
- Colleen P. Kirk, Dogs have masters, cats have staff: Consumers’ psychological ownership and their economic valuation of pets, Journal of Business Research, Volume 99, June 2019, Pages 306-318
- Pet Monitor 2023, Uw huisdier: zowel gezinslid als een kostenpost!, Trendpanel 2023, Aeres Hogeschool Dronten
- Slingerland LI, Hazewinkel HA, Meij BP, Picavet P, Voorhout G. Cross-sectional study of the prevalence and clinical features of osteoarthritis in 100 cats. Vet J. 2011 Mar;187(3):304-9
- Lulich JP, Osborne CA, O’Brien TD, et al. (1992) Feline renal failure: Questions, answers, questions. Compend Contin Educ Pract Vet14:127–152