De veterinaire generatiekloof

De drukte in de praktijk houdt aan, net als de zoektocht naar goed personeel. Klanten willen veel en eisen nog meer, maar de ruimte om daar aan te voldoen wordt steeds kleiner. Kortom, de grenzen van wat we als praktijken aankunnen lijkt in zicht te komen. De mentaliteit van de jongere generatie schijnt daar niet bij te helpen. Ze wil wel, maar dan het liefst parttime, tussen 9 en 5, zonder diensten. “Anders krijgen ze een burn-out,” klinkt het uit menige maatschap. “Die jonge gasten weten niet wat werken is, vroeger…”

Tuurlijk, vroeger was alles beter…

Vroeger was het beter?
Laat ik een voorbeeld geven uit de tijd waarin alles beter was. Twee jaar na mijn afstuderen, bijna 25 jaar geleden, wisselde ik van baan. Van een kleine en gezellige eenmanspraktijk in de buurt van Alkmaar naar een grotere, ambitieuze gezelschapsdierenpraktijk in het midden van het land. Een praktijk met een hoofdvestiging en vier satellietpraktijken in de nabije omgeving. Tijdens mijn sollicitatie durfde ik te zeggen dat ik niet vies was van hard werken, maar dat ik dat wel deed om te leven, niet andersom. Instemmend knikte mijn toekomstige baas, een van-dik-hout-zaagt-men-planken type, wat ik begreep als ‘Heel goed, zo zit ik er ook in’. Op mijn eerste dag deed ik het avondspreekuur, een inloop-uurtje tussen 19:00 en 20:00. Om half 10 hoorde ik de assistente door de telefoon zeggen: ‘Ja hoor mevrouw de Vries, als u nu komt bent u gelijk aan de beurt. “Waar ben ik terecht gekomen?”, schoot het door mijn hoofd. Twee jaar later had ik mijn exit gesprek, terwijl ik al 3 maanden overwerkt thuiszat. “Jij hebt mij alleen maar geld gekost”, blafte de baas, een priemende vinger mijn kant op wijzend. “Ben blij dat je weggaat, jij wíl gewoon niet werken.”

De generatiekloof is van alle tijden. Voor de gevestigde orde is het verleidelijk om te denken dat het ‘anders’ van de jongere collega’s vooral ‘niet beter’ is. Als je daar maar hard genoeg in gelooft, dan wordt het je eigen werkelijkheid. Maar zou het niet beter zijn als we ons eerst verdiepen in wat er anders is aan de jongere generatie en ons afvragen waardoor dat komt? Mogelijk dat we dan veel meer begrip voor elkaar kunnen opbrengen en nader tot elkaar komen.
Laten we de ‘generaties’ eens op een rijtje zetten die we in de praktijk tegenkomen.

Generatie Babyboom (1945-1960)
Deze mensen zijn geboren in de periode na de Tweede Wereldoorlog. Een tijd die zich kenmerkt door weinig luxe, hard werken voor de wederopbouw. Nog natrillend van de vreselijke gevolgen van de oorlog die ze weliswaar niet zelf hebben meegemaakt, maar waar ze wel dagelijks mee geconfronteerd werden. Ze gingen studeren in de woelige periode tussen 1965 en 1975, maakten kennis met een toenemende welvaart en met de opkomst van burgerrechten en inspraak.
De babyboomer is gewend de schouders eronder te zetten. Ze leven om te werken, de welvaartsstaat is met name hun verdienste. ‘Werk gaat voor het meisje’ is het motto. Vaak wordt deze generatie getypeerd als star, traag en niet in staat om te veranderen. Ze zijn niet tech-savvy genoeg, vooral op digitaal gebied.

Generatie X (1961-1980)
Deze generatie is geboren in de tijd waarin het feminisme opkwam, anticonceptie vrije sex stimuleerde, de geboortegolf tot stilstand kwam en de (georganiseerde) weerstand tegen de gevestigde orde in het westen tot ontwikkeling kwam. Er komt meer besef voor het belang van een leven naast het werk, en generatie X is de eerste die naar een goede balans zoekt.
In de periode dat deze generatie op de arbeidsmarkt kwam was de westerse wereld in economisch verval geraakt door de tweede oliecrisis. Hier lukte het velen niet om een baan te vinden. Vandaar dat ze de naam ‘generatie Nix’ of de ‘verloren generatie’ kregen. Ondanks de crisis (of misschien wel dankzij) is deze generatie zeer zelfredzaam en kenmerkt zich door veerkracht, nuchterheid en individualisme. 

Generatie Y (1981-1995)
Deze generatie, ook wel Millennials genoemd, groeit op in een tijd van technologische vooruitgang, economische voorspoed en almaar groeiende welvaart. De Koude Oorlog loopt ten einde, de Berlijnse Muur valt en daarmee het sovjet-communisme. Er ontstaat een optimistisch wereldbeeld waarbij globale vrede binnen handbereik lijkt. De digitalisering zorgt ervoor dat zij in een totaal andere wereld opgroeien dan hun ouders, waarbij 24/7 en ‘on-demand’ sleutelwoorden zijn.
Dit leidt tot een generatie die vertroetelend wordt opgevoed, waarbij ze het gevoel krijgen dat alles mogelijk is. Het gevolg is een zelfverzekerde generatie, met een optimistische kijk op hun eigen leven en de wereld om hen heen. Ze zijn gewend te krijgen wat ze willen, ook in hun werk. Zij werken om te leven, in tegenstelling tot de babyboomers. Hun persoonlijke leven is minstens zo belangrijk als een carrière, waarbij werk en privé duidelijk gescheiden worden houden. Ze zijn open en direct in hun communicatie en zijn minder gevoelig voor autoriteit. Ze raken snel ‘verveeld’, zoeken graag nieuwe uitdagingen en zijn daardoor veel minder trouw aan een werkgever.

Generatie Z (1996-….)
Deze generatie is opgegroeid met het internet en (digitale) technologie, wat volledig in hun leven verweven is. Ze worden dan ook wel de iGeneratie of Zoomers genoemd. Hun leven in een wereld van overvloed kent weinig beperkingen. Ze gaan veel flexibeler om met gender-identiteit, seksualiteit, etniciteit en familie tradities, en zijn daardoor erg open-minded en tolerant. Zoomers groeien op in een tijd van crisis, klimaatverandering en politieke onrust. Er heerst onzekerheid over de (financiële) toekomst, wat leidt tot gevoelens van vrijheid, maar ook van angst. Als reactie hierop zijn gemeenschapszin en collectivisme belangrijker dan individualisme en hechten ze veel waarde aan duurzaamheid.
Op dit moment komen de Zoomers op de arbeidsmarkt. Veel van hun persoonlijke normen en waarden verwachten ze terug te vinden in de organisatie waar ze voor werken.


Oordeel niet, vraag je eerst af waarom
Dat de generaties elkaar niet altijd goed verstaan is begrijpelijk wanneer je deze kenmerken naast elkaar legt. Maar om ze vervolgens te devalueren leidt uiteindelijk niet tot iets positiefs. Sterker nog, een babyboomer die denkt dat hij de jongere generatie naar zijn normen en waarden kan kneden, legt zichzelf een klus op waar zelfs Sisyphus niet aan zou beginnen.

Vraag jezelf eens af waarom jonge dierenartsen liever geen diensten doen, waarom ze zoveel langer doen over een ‘simpele’ ingreep, waarom ze geneigd zijn bij elke klinische afwijking een bloedonderzoek te doen, waarom ze buiten werktijd liever niet vergaderen? Is dat daadwerkelijk omdat ze niet willen, geen hart voor de zaak hebben of niet van hun vak houden? Sterker nog, vraag het eens direct aan ze. Vraag dan gelijk wat er van de kant van de praktijk nodig is om wel diensten te gaan doen. Dan ontstaat er een gesprek, waarbij het heel goed mogelijk is dat er stappen naar elkaar gemaakt kunnen worden. Stappen die zomaar eens kunnen leiden naar consensus.

Ga met elkaar in gesprek
Elke generatie is gevormd door de omgeving en omstandigheden waarin hij is opgegroeid. Met sterke en zwakke kanten. Iedere dierenarts wil uiteindelijk goed werk leveren en daar erkenning voor krijgen. Alleen doet elke generatie dat op een andere manier. Zodra we dat onderkennen, dan staat de deur naar synergie open. Ik denk dat dat nog veel te weinig gebeurt. Maar de noodzaak wordt wel steeds groter, verwijzend naar het grote aanbod van klanten, het tekort aan dierenartsen en paraveterinairen en de uitval of uitstroom van personeel.

Ga met elkaar in gesprek met een open blik en toon een helpende hand. Dat geeft ruimte voor elkaars visie en leert dat het perspectief van de ander ook goede kanten heeft. Uiteindelijk leidt het tot een betere samenwerking, grotere efficiëntie en een hogere tevredenheid van beide partijen. De werkdruk wordt beter beheersbaar, terwijl het werkgeluk toeneemt. 

Herken jij dit en heb ik je geïnspireerd? Aanstaande dinsdag 5 oktober geven we de training ‘Werkdruk en Werkgeluk’, waar we onder andere over dit thema zullen spreken. Je kunt je hier inschrijven, we hebben nog een aantal plekken beschikbaar. Nou hoor ik je denken ‘Da’s wel heel kort dag’. Dan kun je natuurlijk ook bellen of mailen om te kijken waar je tegenaan loopt in jouw praktijk en hoe we je op een andere manier kunnen helpen.

Share this Post!

About the Author : René van den Bos


0 Comment

Leave a Comment

Your email address will not be published.