De Ketens komen er aan – Wat doe ik nu?

De Ketens komen eraan, daar kun je niet meer omheen! Zowel uit eigen land als daarbuiten. En iedereen heeft het erover: de VvAA besteedde er, in samenwerking met de KNMvD, een hele avond aan tijdens de Dag van 100. Tijdens de regio-bijeenkomsten deed de beroepsverenging het, in kleinere setting weliswaar, nog eens dunnetjes over. En ook het TvD van december wijdde er een artikel aan. Maar hoe moeten we deze ketens ontvangen? Met open armen of argwanend? Want biedt het nou kans of is het bedreiging?

Het was een interessante avond, een paar weken geleden op het hoofdkantoor van de VvAA. Al was het alleen al vanwege de grote belangstelling. Alle tweehonderd plaatsen waren vergeven, die vooral bezet werden door praktijkeigenaren (90%) van voornamelijk gezelschapsdieren-praktijken (72%). Dat was niet eerder voorgekomen.Wat tegenviel, was dat er geen evenwichtig beeld geschetst werd van de impact van deze ketens en of je je er wel of niet bij moet aansluiten, mochten ze op je deur kloppen. De enig aanwezige keten, de DierenartsGroep Nederland (DGN) kreeg een podium toegewezen, wat resulteerde in een, in alle eerlijkheid, mooie presentatie van Guido Grobbink van meer dan 60 minuten! Misschien iets te mooi, want hij toonde vooral voordelen die DGN biedt wanneer je je praktijk aan hen verkoopt. Echter, een tegengeluid was niet te horen. Ik was ook geïnteresseerd geweest in een betoog van een evenzo bevlogen en succesvolle praktijkeigenaar waarom aansluiting bij een keten helemaal niet nodig is. Met als gevolg dat ik de avond verliet met een toch wat wrange nasmaak. Zeker de KNMvD is toch de aangewezen partij in deze, om mij een beeld te schetsen van 2 kanten. Want zo mooi kan het keten-verhaal toch niet zijn!

Zeker de KNMvD is toch de aangewezen partij in deze, om mij een beeld te schetsen van 2 kanten. Want zo mooi kan het keten-verhaal toch niet zijn!

Daarom hier een evenwichtiger beeld: 5 redenen om je wel en 5 redenen om je niet bij een keten aan te sluiten.

5 redenen om je WEL bij een keten aan te sluiten:

1 – Focus op je klinische kunde

We zijn dierenarts geworden om diergeneeskunde te bedrijven. Bij een keten ligt de focus van de dierenarts volledig op daar waar je dierenarts voor geworden bent.

2 – Ontzorgen

Sommige ketens, zoals de DGN, adverteren er letterlijk mee: wij ontzorgen. En dat is in zekere zin waar: als dierenarts binnen een keten heb je geen zorgen om personeelsbeleid, bedrijfsstrategie of inkoop onderhandelingen. Dit wordt allemaal voor je geregeld.

3 – Een betere werk-privé balans
Als ondernemer is de praktijk altijd bij je aanwezig, 24/7 (al was het alleen maar in gedachten). Dit kan invloed hebben op je werk-privé balans. Bij een keten heb je daar geen last van. Op het werk is op het werk en thuis is thuis.

4 – De feminisering van de beroepsgroep

Volgens velen dé oorzaak voor de opkomst van de ketens. Immers, vrouwen ambiëren het ondernemerschap minder dan mannen. En de vrouwen hebben veterinair de overhand (of krijgen die in ieder geval binnen afzienbare tijd.) Als dat werkelijk zo is, dan gedijen vrouwelijke dierenartsen beter bij een keten.

5 – Financiële zekerheid

Veel praktijkeigenaren hebben grote zorgen omtrent de verkoopbaarheid van hun praktijk. Ketens zijn bereid om een aardige zak geld te betalen om je (al dan niet volledig) uit te kopen. Dan weet je wat je hebt, (iets meer) zekerheid voor de toekomst.

Voel je je aangesproken door bovenstaande redenen? Dan is aansluiting bij een keten zeker te overwegen. Maar niet voordat je weet wat redenen zijn om je niet aan te sluiten bij een keten. Lees dus nog even verder.

5 redenen om je NIET bij een keten aan te sluiten

1 – Autonomie

Een keten ontzorgt misschien, maar ontneemt je ook van je autonomie. Wanneer je praktijk deel is van een groep met tientallen praktijken, veelal aangestuurd door een centraal management team, worden de meeste besluiten voor jou, steeds minder met jou en al helemaal niet door jou genomen. En hoe lijkt je het idee, om na al die jaren van onafhankelijkheid, weer voor een baas te werken

2 – Ondernemen maakt het verschil, juist nu

Praktijken hebben decennia zonder enige vorm van concurrentie goed kunnen voortbestaan. Dat de markt nu drastisch aan het veranderen is, wil niet zeggen dat je niet mee kunt veranderen. Ondernemen is leuk, spannend en loont in veel gevallen. En met een beetje onafhankelijke, deskundige hulp kun je heel ver komen.

3 – En ondernemen kan ook part-time

Wat nou, vrouwen willen niet ondernemen, maar enkel parttime werken in loondienst. Wat een onzin. Ook parttime kun je een praktijk runnen. Een ‘tweemans-praktjk’ runnen met vier vrouwen is heel goed mogelijk en nog goed voor de werk-privé balans ook.

4 – De wens van de klant
Een goed geprofileerde en gepositioneerde DAP kan de concurrentie aan met iedere praktijk, ook die van een keten. Een dergelijke praktijk kan zich goed onderscheiden in de zorg en service die het aanbiedt en door zich goed te richten op het voor de praktijk juiste klant-segment. Al was het alleen maar omdat er altijd klanten blijven die door een onafhankelijke dierenarts geholpen willen worden.

5 – Financiële groei

Nu verkopen is veelal toekomstige groei laten liggen. Bij de meeste ketens gaan de huidige eigenaren in loondienst. Dat betekent meelopen in een salarishuis, geen grote sprongen meer vooruit en afgerekend worden op targets.

Zetten deze redenen je aan het denken, dan moet je je serieus afvragen of een keten wel wat voor je is.

Je aansluiten bij een keten kun je maar 1x doen. Je praktijk verkopen ook. Waar je ook voor kiest, zorg dat je alles goed met elkaar afweegt, laat je goed en onafhankelijk adviseren en laat je niet verleiden tot een snelle beslissing. Het gaat met veterinair Nederland veel minder slecht dan soms wordt geschetst. Want wees nou eerlijk, als de veterinaire markt in ons land geen glorieuze toekomst had en geen groeimogelijkheden meer zou bieden, zouden de ‘ketens’ dan ook zo actief in de koopmodus staan?

Share this Post!

About the Author : René van den Bos


3 Comments
  1. v Sprang 15/12/2015 at 21:05 - Reply

    als je geen evenwichtig beeld kunt geven claim dat dan ook niet.

    • René van den Bos 15/12/2015 at 22:38 - Reply

      @t.vsprang, prima dat je reageert, en je hoeft het hier natuurlijk niet mee eens te zijn, maar ik ben wel benieuwd waarom niet.

  2. Joop Loomans 09/06/2016 at 14:48 - Reply

    Challenges for the Veterinary Profession.
    The European Union is often criticized for its bureaucracy and slow responses to things happening in “the real world”. However, it does often also result in good cooperation between professions in different member states and produces useful reports. FVE, the Federation of Veterinarians of Europe, produced a very interesting survey in April 2015 on recent demographics, labor market and financial indicators between European Countries. In Europe 243.000 Veterinarians take care of 157 million companion animals and 342 million farm animals. The survey response involved 13.000 veterinarians from 24 participating countries representing 8 percent of all veterinarians.
    Some interesting outcomes:
    • Veterinary medicine in Europe is a growing profession since 44% of the veterinarians is aged under 40. There is a near balance of male and female veterinarians changing rapidly to a female dominated profession given the high percentages of female students at the vet schools.
    • 17% is working part-time and 21% have at least two different jobs, usually both within the Veterinary profession.
    • Reported unemployment on average is 3% but can be as high as 31% in some countries/regions.
    • In general vets are satisfied with their choice of career but only just satisfied with their earnings.
    • Female veterinarians earn 28% less compared to their male colleagues.
    • 60% of veterinarians work in veterinary practices.
    • It is estimated that the total revenue of all the veterinary practices in these 24 countries is 11 billion Euro’s hence € 111.000 per vet in private practice in Europe.
    • 50% of these revenues come from clinical work, 20% from surgery, 13% from sales of medication and 6% from sales of food.
    • 25% of the veterinary practices are one vet practices, 20% two vet practices.
    • The average revenue for a practice with between 3 – 5 staff is € 312.000 and for 6 – 10 staff practices € 800.00.
    • About half of the veterinarians who work outside vet practice work in public service.
    • Veterinarians feel confident about their prospects and 34% expect their practice to grow in the next 3 years whereas 61% say they had an increase in their practice growth the last 3 years.
    • It is believed that more veterinarians will be needed in the future in areas of welfare, disease control, and environment and to meet the growing demand from companion animal owners.
    • To meet future challenges veterinarians think they need to be able to specialize more and they need more business training.
    • Veterinarians seem unsatisfactory prepared for retirement.

    There is a wealth of knowledge available through this great research. Food for thought, not only for our leaders but also for us as veterinary students, interns, associates, partners, practice owners etc. For me personally it is a wakeup call and proof that there is a big demand for business education in the wider sense for our veterinary profession. Young and old vets have to find each other in a business model that takes care of the retirement plan of the practice owner (and have this plan in place the moment you enter a practice as a partner) but that is also affordable for the incoming new partner. Nowadays in Europe Corporate Equity funds take advantage of the tide change that’s going on and the lack of business skills of close to retirement practice owners and young veterinary professionals. It is a blessing (in disguise) when you have no retirement plan, young vets do not want to buy into your practice and a company wants to buy you out. One could wonder if this is the perfect solution for our profession. What is the engagement level of owners who have sold their part in the practice, but have to stay in their practice for a few more years to keep the practice running but mentally already retired? How do you get young and bright veterinarians engaged in a practice that’s not their own, and how does a veterinary practice thrive when they are only owned by a company that wants return on their investment. How would this look if we would invest in our own business skills and stay in charge ourselves, combining our excellent practical skills as veterinarians with business insights?

Leave a Comment

Your email address will not be published.